Antwerpen Oeververbinding tussen linker- en rechteroever: deelrapport 1. Simulatiestudie Last Intervention Point voor afwaartse vaart
In opdracht van De Vlaamse Waterweg NV, onderzoeken het Waterbouwkundig Laboratorium en DAB Loodswezen de nautische randvoorwaarden verbonden aan de mogelijke realisatie van een fietsbrug over de Schelde (Scheldebrug) op korte afstand opwaarts de Kennedytunnel. Dit rapport beschrijft de simulatiestudie voor de bepaling van het Last Intervention Point (LIP) bij een afwaartse vaart vanaf de Boven- Zeeschelde bij defect van de Scheldebrug. Het LIP werd in eerste instantie ter hoogte van de Castrolsteiger gelegd maar uiteindelijk ook gevalideerd voor een ligging aan de opwaartse zijde van de petroleumpier of SPPZ. Het noodstopmanoeuvre dat vanaf het LIP wordt uitgevoerd verloopt verschillend voor de onderzochte scheepsgroottes tussen 110 m en 175 m onder meer door het al dan niet beschikbaar zijn van een boegschroef of een achtersleepboot. De zoekzone voor een wachtplaats aan rechteroever werd onderzocht door het leggen van een ponton op een afstand van 650 m opwaarts de brug en 47 m van de baggergeul. Deze positie wordt best behouden omdat de rivierbreedte tussen de -8 m LAT dieptelijnen daar ook het grootst is. Er moet wel nog onderzocht worden of een wachtplaats op deze positie op diepte kan gehouden worden. Er werden ook brugpassages gesimuleerd, enerzijds vanaf de Boven-Zeeschelde maar ook vanaf de wachtplaats die een positief resultaat laten zien met een veilige afstand tot de brugpijlers tijdens de passage.
Document links
Uitgever
Departement Mobiliteit en Openbare Werken. Waterbouwkundig Laboratorium
Publicatiedatum
januari 2025
Reeks
WL Rapporten 21_113_1
Publicatietype
rapport
Taal
nl